De Blauwe kast

Elke grote vakantie gaan mijn broer en ik naar Domburg.

Zes weken vrij!! Heerlijk!! De tassen zijn ingepakt, wij gaan met de bus lijn PD naar Domburg. Ik houd ervan om met mijn moeder in de bus te zitten naar Domburg. Zij vertelt altijd verhalen over vroeger toen zij op Domburg woonde, over de voorwerpen die wij langs de weg zien. Er is altijd een verhaal. Verhalen over de kappa, de oppasser, ‘voorin'(begin van Domburg). Ik vind het spannend en heb haast om er te komen, wat zal ik het eerste  doen als ik er ben!
Ik ren meteen naar boven, daar staat de hemelsblauw geverfde kast op dunne poten, met héél dun glas. Het is zo eng als ik de deur open doe, het lijkt alsof het glas los zit in het frame en elk moment eruit zal vallen, het rammelt aan alle kanten, de stopverf aan de randen zijn hier en daar wat opgedroogd en losgelaten. Soms ben ik bang dat de poten van deze kast zullen breken. Deze kast is voor mij een paradijs, bij deze kast ga ik zes weken op reis en gaat er een wereld voor mij open. Ik ga op de vloer zitten, ik snuif de lucht op die uit de kast komt, lucht van oud papier, vermengd met hout, mijn vingers glijden over de rug van de boeken. Ik houd mijn adem in, zijn er nieuwe boeken bijgekomen?! Ik lees de titels en weet welke ik al gelezen heb en maak een keus welke ik deze vakantie ga lezen. Reader’s Digest, Mickey Spillane(aasgier en asfaltbloem, rendez-vous met de dood), Agatha Christie. Ik maak mezelf onzichtbaar als ik op Domburg ben en boven voor de kast zit of in een hoekje van de kamer met een boek. Niemand mist mij, niemand zoekt mij. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *